Vertaling Copia der gilde caert van het Kloveniers gilde van Sint Antonius te Terheijden

 

 

 

Kloveniersgilde St. Antonius-abt Terheijden

Vertaling van de Copia gilde kaarte, ofwel de gildekaart van het kloveniersgilde Sint Anthonius te Terheijden

COPIA Der GILDE KAARTE Van het KLOVENIERS GILDE van SINT ANTONIUS Te TERHEIDEN

WILHEM HENDRIK, bij de gratie Gods Prins van Oranje Graf van Nassau, Katzenellebogen, Vianen Dietz Linchen Meurs, Leerdam Buren Markies van Vere en Vlissingen, Heer en Baron van Breda, de stad Grave en van het land van Cuijk Diest Grimbergen, Herstal Kranendonk, Warneston, Arlay Noseroy, IJsselstein, Steenbergen, Sint Maartensdijk Geertruidenberg Chastian Regnard Hooge en Lage Zwaluwe, Naaldwijk etc. Erfburggraaf van Antwerpen en Besançon etc. Erfmaarschalk van Holland etc. Al degenen die dit zullen zien of horen lezen SALUUT

Wij maken bekend te hebben ontvangen het nederige verzoekschrift van Schout , Schepenen en enige Ingezetenen van Dorp en Heerlijkheden van Terheijden, gelegen in de Baronie van Breda, Inhoudend dat zij in grote mate lust hebben om met Bussen of roer te gaan schieten en daarmee op een eerlijke manier te oefenen. En om daarin bedreven te worden, willen zij graag een Broederschap of Gilde van Cloveniers oprichten en samenstellen, tot luister van ons als van onze voornoemde heerlijkheden en Dorp van Terheijden, en om zelf met Bussen te mogen oefenen.

VAN WELK BROEDERSCHAP OF GILDE de voornoemde verzoekers met ons goedvinden enige Keuren en ordonnantiën (= voorschriften en verordeningen) hebben opgesteld, waar naar de voorgeschreven oefeningen met meerdere orde, eensgezindheid en Vriendschap gedaan zouden moeten worden. Daarom hebben zij ons verzocht, dat wij zouden goedvinden hen daartoe behoorlijke brieven van Consent en Octroy (= vergunning) te verlenen. ZO IS ‘T, dat wij, na van HARE HOOGHEID de Prinses-Douarière van Orange voor haarzelf en als Gemachtigde van zijne KEURVORSTELIJKE DOORLUCHTIGHEID VAN BRANDENBURG, onze Hooggeëerde Moeder, Grootmoeder en Oom, onze Voogden, genegen zijn goed te vinden dat onze goede Ingezetenen en Onderdanen op gepaste wijze gaan oefenen. Wij geven hen bij deze toestemming om een Broederschap of Gilde van Cloveniers op te richten onder het bestuur van Hoofdman, Oudermannen, Dekens en andere officieren, tot een zodanig aantal Personen al bij algemene stemmen van de Suppoosten (= leden) van dit Gilde of Broederschap zullen worden gekozen en bevestigd. Zij zullen een behoorlijke Eed moeten afleggen in handen van de Terheijdense Schout, dat zij hun functie loffelijk en eerlijk zullen uitoefenen en de gezamelijke Broederschap aansporen om het hierna volgend reglement te zullen onderhouden , dat Wij aan haar hebben gegeven, met het voorbehoud deze eventueel te kunnen wijzigen.

1) In eerste plaats zal iedere schutter, die in dit gilde komt, een behoorlijke Eed van trouw moeten afleggen en voorzien moeten zijn van een goede bus.

2) Om iemand in deze Broederschap of Gilde te laten komen, zullen de gewone gezellen geen gezag hebben, maar alleen de Hoofdman, Ouderman en dekens, die moeten onderzoeken of degene die graag in het Gilden ter goede naam en faam bekend staat en zich altijd netjes heeft gedragen; indien dit niet zo mocht zijn, zal deze persoon niet mogen worden aangenomen.

3) Ieder die lid wil zijn, zal onder de Hoofdman, Oudermannen en de Dekens moeten staan.

4) Ieder die in het Doelhuis of op het doel schietend oneerlijk handelt, de Duivel noemt, vloekt of ongeschikt spreekt, verbeurt vijf Stuivers.

5) Wie in dit Gilde van een ander zegt dat hij liegt, twist of krakeel maakt, God lastert of iets anders van dien aard doet, onder welk voorwendsel dan ook, verbeurt telkens tien Stuivers.

6) Iedere Schutter wiens beurt het is om te verschijnen, mits hij daarvan door de Knecht in kennis is gesteld, zal persoonlijk precies om twee uur op de Doelenmoeten zijn om dan te cavelen (= in rotten indelen) op straffe van het laatst te moeten schieten indien met bij het slaan van de klok niet bij de Doelen is. En wanneer er meer personen te laat komen, zullen die laatkomers in volgorde van aankomst achteraan gezet worden.

7) Als iemand verhinderd is, of niet op de vastgestelde tijd aanwezig kan zijn, is hij verplicht iemand anders in zijn plaats te laten komen om voor hem te cavelen. Deze zal dan zijn kavel tevreden moeten zijn op verbeurte van zes Stuivers.

8) Degene die een ander in zijn plaats stuurt om voor hem te cavelen, maar dan niet komt opdagen, zal zijn schietgeld toch moeten betalen op verbeurte van vijf Stuivers.

9) Indien iemand achterstallig is zijn schietgeld te betalen en dat niet goedschiks aan de Knecht wil geven, wanneer deze er om vraagt, of het op de grond gooit, verbeurt tien stuivers.

10) Wanneer alle schutters zijn gecavelt, zal ieder op zijn caveling moeten schieten; schiet iemand niet op zijn beurt, dan verliest hij zijn schot en bovendien drie Stuivers, tenzij degene die moest schieten moeilijkheden krijgt en de volgende toestemming geeft om te schieten.

11) Niemand in de caveling mag twee Loeijkens (= loodjes) uit de hoed trekken, noch zijn getrokken Loeijken terug in de hoed gooien om een ander te trekken, op peene (=straffe) dat hij zijn rechter schoen aan de pin moet hangen waarop elke schutter een schot mag lossen; bovendien verbeurt hij zes Stuivers.

12) Iedere schutter, die zonder Roer (= geweer) op de Doelen komt, zonder dat het kapot is, of als het wel kapot is het niet binnen drie weken of uiterlijk binnen één maand heeft laten repareren, verbeurt tien Stuivers.

13) Niemand zal een ander met zijn roer mogen laten schieten, tenzij diens eigen roer tijdens het schieten stuk gaat en niet te repareren valt, op verbeurte van vijf Stuivers.

14) Wanneer er gecavelt is en de schijven zijn opgehangen om erop te schieten, en iemand geroepen heeft dat hij zal gaan schieten, zal niemand anders zijn roer mogen lossen al was het maar om zijn roer te drogen, op verbeurte van tien Stuivers.

15) Komt men met een ongeladen of ongespannen roer op de schietplaats, dan verbeurt men twee stuivers.

16) Ieder die de Haan van zijn roer overhaalt aleer hij vast geroepen heeft of overluid een ander teken heeft gemaakt opdat iedereen op hem wacht, verbeurt twaalf Stuivers.

17) Heeft men geroepen en springt zijn roer los, dan is het Schot verloren (= beurt voorbij)

18) Ook wiens pan driemaal achtereen uitbrandt, verliest zijn schot.

19) Wie schiet en zijn kogel raakt de grond om dan toch nog in de schijf te springen, wint daarmee geen punt.

20) De schutter zal zijn schoten niet zelf in de schijven mogen meten, maar tevreden moeten zijn met wat de knecht heeft gemeten en mocht iemand aanmerkingen maken, dan verbeurt hij vijf Stuivers.

21) Wanneer iemand zijn roer met twee Kogel Laadt en zo op de schijf schiet, verbeurt telkens twaalf Stuivers.

22) Als men iemand uitlacht, beschimpt of voor gek zet, moet hij zijn rechter schoen op de pin hangen en drie Stuivers betalen.

23) Wie in twee schoten het hoogste getal schiet, zal de hoogste prijs winnen, te weten de voorgecavelde enzovoorts en vervolgens de tweede tot de derde prijs enzovoorts (= bij gelijke stand wint diegene die volgens de caveling eerder mocht schieten. Hetzelfde geldt voor de tweede en derde prijs).

24) Iedere schutter zal mogen inleggen om twee schoten te krijgen en meer niet. En zal zijn eerste Loot moeten afschieten en zijn tweede als laatste.

25) Wanneer alle prijzen zijn afgeschoten, zal niemand zijn prijs zelf mogen nemen, maar die zal hem door de knecht worden overhandigd, op verbeurte van vier Stuivers.

26) Heeft men om de prijs geschoten, dan zal men om de heul, naast de pin schieten. Iedereen zal zijn spanner aan de Knecht moeten geven om deze te laten heulen. Ieder moet schieten in volgorde van de caveling.

27) Hij die Jau of Roos roept als iemand heeft geschoten en het is geen Jou of Roos, dan verbeurt hij zijn schoen aan de pin en daarbovenop nog vier Stuivers.

28) Zijn de partijen geschoten dan zullen de verliezers hun verlies aan de winnaars ter hand moeten stellen, zinder het verontwaardelijk weg of op de grond te gooien; in dat geval zal de schoen aan de pin moeten hangen en men verbeurt zes Stuivers.

29) Hij die in het heul schiet, of een prijs bij de schut schiet zonder de instemming van drie schutters, verbeurt vijf stuivers.

30) Iedereen die met een getrokken of geroerd roer wil gaan schieten, verbeurt het roer en zal het moeten vrijkopen en het geld in de bus stoppen tot profijt van het Gilde.

31) Wanneer iemand zijn schoen of boete wordt geëist en hij deze niet gewillig afgeeft, verbeurt het dubbele van zijn misbruik en weigert hij te vertrekken of alsnog te voldoen, na daartoe te zijn aangemaand, dan zal hij zich moeten verantwoorden voor de Officier onder wie hij toebehoort.

32) Ieder jaar op de eerste Maandag in Juni zal op de vogel worden geschoten, dat gebeurt recht omhoog. De Officier, of in diens afwezigheid de Hoofdman, zal de eerste drie schoten op de vogel afschieten ter ere van ZIJNE HOOGHEID. En wanneer de vogel afgeschoten is zal men eerlijk naar de Schutter Camer (=gildekamer) trekken om samen in vriendschap en Broederschap, met matigheid, zonder krakeel, vechten of kijven, vrolijk zijn.

33) Alle schutters zullen zich hebben te schikken naar de Hoofdman, Oudermannen en de Dekens, vanaf wanneer men zomers begint te schieten tot het seizoen afgelopen is.

34) Daags nadat de vogel geschoten is, zal het Jaarvergadering zijn. Dan zal de afgaande Deken aan de komende Deken alle Documenten van het Gilde overgeven, behalve de Caerte die bij de Hoofdman moet blijven berusten.

35) Indien Iemand op de schijf schiet en daarvoor de gebruikelijke tekens heeft gegeven, zodat Ieder op hem moet wachten, maar toch de een of andere wordt gewond (’t welck Godt verhoede), zal het de schutter worden vergeven. Zou echter de officier na onderzoek vaststellen dat het anders is gebeurt, dan zal het voor Doodslag worden aangezien.

36) Hebben enige Gildebroeders onenigheid, dan zullen de Hoofdman en de Deken het geschil beslechten. Is de zaak verholpen en komt er nog iemand morren, dan kost hem dat drie guldens.

37) Als het Gilde wordt uitgenodigd om op andere dorpen in gildeverband te komen schieten, dan zullen de Hoofdman en de Dekens de bekwaamste schutters aanwijzen, die van het Gemeenschappelijke Gilde van vier guldens kunnen profiteren.

38) Als tot drie maal toe door de knecht audiëntie (= stilte) geroepen wordt en iemand niet gehoorzaamt, dan verbeurt deze telkens twaalf Stuivers.

39) Indien het Gilde vergadert zal niemand van buiten mee mogen brengen zonder toestemming van de Hoofdman en de Dekens; hij verbeurt dan tien stuivers.

40) Indien iemand van mening is dat hem ten onrechte de schoen of de boete is afgenomen of opgeëist, zal hij zich terstond rustig en beleefd mogen rechtvaardigen, hetwelk door twee of hoogstens drie onpartijdige schutters wordt beslecht, waarmee dan iedereen vrede zal moeten hebben of hij verbeurt tien Stuivers.

41) Ook wanneer tijdens het schieten een geschil mocht ontstaan, zullen twee of drie onpartijdige schutters de zaak beslissen.

42) Wanneer een schutter komt te sterven zal hij aan het gilde een ton bier van zes guldens nalaten. Dan zullen de schutters op de Camer moeten vergaderen en het lichaam van de overledene ter aarde moeten bestellen. Na afloop van de begrafenis zullen zij gezamenlijk weer in de Camer vergaderen en de Ton van de Begrafenis nuttigen.

43) Indien een Jonge gezel gaat trouwen, zal hij het Gilde een ton bier of zes guldens schenken.

44) Mocht ooit een Gildebroeder in deze Broederschap zijn die iets zou merken, dat er binnen de gelederen van dit Broederschap iets gaande was dat ten nadele van ZIJNE HOOGHEID of tot enig overlast der Gemeente zou strekken en dat niet aan de Hoofdman of de Officier bekend zou maken, dan zal hij door de Officier eigenmachtig worden gecorrigeerd.

45) Wanneer een Schutter door de Knecht bij de Hoofdman of de Dekens op de Camer van de Schutters ontboden wordt en niet komt, verbeurt hij zes Stuivers.

46) Alle twisten en geschillen die tijdens vergaderingen tussen de Gildebroeders mocht rijzen, als bijvoorbeeld vuistslagen, het mes trekken, slechte of kwade woorden, zullen worden voorgelegd aan de Hoofdman, Dekens Raadsmanen en de gezamenlijke Gezellen en beslecht en dan zal iedereen ervoor moeten zorgen dat zulke geschillen en onenigheid bijgelegd worden en dat alle voorstellen, besluiten, overeenkomsten en onderhandelingen die in de vergadering van de gezamenlijke schutterij gedaan en gehandeld zullen geheim gehouden worden, op straffe, zo iemand deze regel blijkt te overtreden van telkens dertig Stuivers te verbeuren en zal bovendien naar behoren worden bestraft naar goeddunken van het Gilde, behalve wanneer iets wordt overeengekomen of gehandeld dat tot misgenoegen van ZIJNE HOOGHEID of ten nadele van de gemeente zou strekken, dan is iedereen verplicht dat bekend te maken aan ZIJNE HOOGHEID of aan zijn schout. 47) Wie in een vergadering dronken zijnde of anderszins uit onbeschaamdheid of door dartelheid Iemand met bier of wijn overgiet of tegen de zolder of de muur giet, dan wel onmanierlijk of moedwillig ermee gooit, of de Bank onder Iemand uittrekt zodat die persoon valt, of dergelijke dartelheden zou bedrijven als elkaar slaan, zal telken keer zestien Stuivers verbeuren en indien iemand bier of wijn mee uit de Camer wil nemen, kost hem Iedere kan of kruik zes Stuivers.

48) Niemand zal in de vergadering moge redetwisten over het geloof of iets dergelijks op straffe van bekeurd te worden en beboet naargelang de ernst van de zaak.

49) Is de vogel geschoten dan zal die Koning voor zes guldens zilver aan de spanne moeten hangen en een Jaar lang vrij worden gehouden op kosten van het Gilde.

50) Heeft Iemand drie Jaar achtereen de Vogel afgeschoten, zal hij Keizer zijn en heel zijn leven vrij zijn van onkosten en bij zijn begrafenis zal hij het Gilde twee Tonnen Bier moeten schenken of twaalf guldens.

51) Iedere schutter die in dit Gilde komt zal zes guldens moeten Inleggen en in geen ander Gilde mogen zijn. En wie uit het Gilde wil gaan zal ook zes guldens moeten betalen.

52) Niemand in dit Gilde zal vrij zijn van onkosten behalve de Koning en de Keizer.

53) Wanneer een Officier, hetzij de Hoofdman of een ander, aflijvig wordt (= sterft) zal in zijn plaats bij stemming moeten worden overgegaan tot verkiezing van een ander nuttig en bekwaam persoon, die op advies van de Schout van Terheijden tot die post zal worden geroepen en het ambt moeten aanvaarden, op straffe van zes guldens.

54) De LIEFHEBBERS, die prijsgeschoten hebben, zullen nog twee partijen en Schutters-recht schieten, elke partij voor tien stuivers, die door de Schutters zelf zullen worden verteerd.

We verstaan en gelasten, dat deze VOORGESCHREVEN Keurpunten en Artikelen door die van het genoemde Broederschap of Gilde van Kloveniers van Terheijden onderhouden en gevolgd zullen worden, allen en iedereen, wie dit zou mogen aangaan, bevelen zich hiernaar te schikken. En dit alles geschiedt bij de provisie en tot nader Order van ons of anderen.

GEDAAN onder ons grootzegel en de handtekening van de Hooggemelde, onze Voogden te Breda en in ’s-Gravenhage, de 12e en 15e MAART 1600 zestig (verandert in vijftig) (geparafeerd)

MARIE     Amlée P. d’Orange

(onderstond:)

Op bevel  van Hare Hoogheden (:getekend:) A. Buijsero

De originele kaart was gehecht en doorregen met een hemels-lichtblauw Zijde geslagen koord, van onderen omwonden met een Oranje Zijden Lint waaraan het Zegel, in Rode Was, van HARE HOOGHEID

Gecopiëerd 17   72

Terheijden, Louwmaand 1982 Vertaald door H.J.A. Bruijns (deken schrijver)

Terheijden, 24 oktober 2007 Digitaal gemaakt door M.J.T.M. Brocks (eerste deken)