Bij Kloveniersgilde Sint Antonius Abt zijn tradities in zeer goede handen

BS_11028327_110283_1445901a

Groepsfoto ter gelegenheid van het 360-jarig bestaan. Staand v.l.n.r.: Willem van Meel, Frans Damen, Gerrit Schets, Adam Schets, Merijn Damen, Jan van Dijk, Thijs van Oosterhout, Frans Krijnen. Middelste rij: Merijn Rovers, Jan van Meel, Peet Dudok, Toon Rasenberg, Piet van Meel, Peet Schets, Hein Visker. Voorste rij: Hein Visker, Thijs Rovers, Schalk Dijkers, Adam Schets, Toon van Gils, Merijn Rovers, Jan Luyten.

Over de juiste oprichtingsdatum heerst onduidelijkheid. “Sommigen beweren dat het 1551 was, maar het kan ook 1558 zijn geweest”, zegt Harrie Bruijns van Kloveniersgilde St. Antonius Abt in Terheijden.

Door een paar flinke branden in het verleden zijn archieven verloren gegaan.” Vast staat wel dat het schuttersgilde de oudste vereniging van de gemeente Drimmelen is, en ook dat het al vóór de Tachtigjarige Oorlog bestond. De term ‘vereniging’ is wat oneerbiedig. Een gilde is van oorsprong een belangenorganisatie. “Vroeger waren er ambachtsgilden, die opleidingen verzorgden en examens afnamen. Dat was de enige manier om een vak te leren”, zegt Bruijns. “Kerkelijke gilden hadden tot doel om het katholieke geloof te verspreiden en inkomsten te verwerven. Kloveniersgilden vormden een soort broederschap met een bijzondere structuur.”

De letterlijke betekenis van klovenier, of colvenier, is geweerdrager. “In West-Brabant zijn er nog zeventien schuttersgilden over. Dat wordt alleen maar minder, want sinds 1848 is het niet mogelijk om een nieuw gilde te stichten. Oude gilden kunnen wel worden heropend, zoals in Breda gebeurde met het Heilig Sacrament van Niervaert, dat na een eeuwenlang sluimerend bestaan in 1994 nieuw leven werd ingeblazen.”

Bij Antonius Abt was het inblazen van nieuw leven nooit nodig. Het gilde heeft altijd gefloreerd. Ook nu nog, met 48 wapenbroeders en -zusters, want bij de schutterij staan tegenwoordig ook dames hun mannetje. “Het gilde groeide uit tot een ontspanningsvereniging, waarbij schieten niet meer de belangrijkste plaats inneemt. Maar bepaalde tradities houden we in ere.” Zo vervult Bruijns de functie van deken-schrijver, wat zo veel betekent als secretaris. De voorzitter wordt hoofdman genoemd.

Schatbewaarder (penningmeester), opperdeken (vice-voorzitter), wapenmeester, ordebewaarder en eerste deken maken de ‘overheid’ (het bestuur) compleet.

Eredekens vervullen een adviserende rol. Dat geldt ook voor de gildeheer, die het kerkelijk gezag vertegenwoordigt. Als er gestemd moet worden, gebeurt dat van oudsher met witte en bruine bonen. “Vroeger konden veel mensen niet lezen of schrijven. Dat verklaart die traditie”, zegt de deken-schrijver. “Bij stemming over personen betekent een witte boon vóór en een bruine boon tegen. Over zaken stemmen we met handopsteken.” Deze manier van stemmen wordt overigens ook bij andere gilden toegepast.

Het belangrijkste evenement is het Koningschieten op kermisdinsdag in Terheijden. De koningsvogel in de schutsboom is dan versierd met bloemen. Wie de laatste veer van de vogel afschiet, mag zich koning noemen. Wie drie maal koning is geweest, wordt gekroond tot keizer, in de historie van Antonius Abt is dat pas drie keer gebeurd. “Cees Snellens was in 1925 de laatste keizer”, zegt Bruijns.

Jaarlijks vindt er een toernooi plaats met gilden en scherpschuttersverenigingen uit de omgeving. “Het gaat daarbij om allerlei wedstrijden, zoals handboog- en kruisboogschieten, maar ook trommelen, bazuinblazen en vendelen. In 2011 zijn wij weer aan de beurt om de kringgildedag te organiseren.” Bij alle evenementen hoort gepaste kledij. Een klovenier in spijkerbroek is ondenkbaar.

In de gelijknamige Terheijdense kerk Sint Antonius Abt heeft het gilde een eigen kapel. “We zijn ruim drie jaar bezig geweest met restaureren. Op 18 januari 1986 is de kapel aan ons overgedragen, één dag na de naamdag van de Heilige Antonius.” Op de maandag na 17 januari houden de kloveniers traditiegetrouw een ‘teerdag’. “We beginnen met een heilige mis, waarbij de overleden gildebroeders centraal staan.

Dan drinken we koffie in het café naast de kerk. Lunch en warme maaltijd gebruiken we in de gildekamer. Die kamer bevindt zich aan de Hoge Vaartkant, waar het gilde sinds 2004 een eigen accommodatie heeft. Daarvoor maakten de schutters ruim honderd jaar gebruik van café De Vriendschap op het Moleneind, waar ze een eigen teerkamer hadden. Sinds 1923 stond er ook een schutsboom. Het gilde bewaart zó veel goede herinneringen aan dat café, dat Harrie Bruijns er een boekje over schreef. Acht herbergiers en kasteleins verleenden het gilde in de loop der jaren gastvrij onderdak. In 1995 werd het café verkocht. De exploitant wijzigde de naam in café-restaurant De Kleine Schans, maar voor het gilde veranderde er niets. Tot januari 2000. Het café was weer verkocht. De nieuwe eigenaar wilde een huis bouwen op de plaats die jarenlang een horecabestemming had. Enkele dagen na de teerdag maakte de slopershamer een abrupt einde aan de gildekamer.

Vorige maand ontving het gilde uit handen van Drimmelens burgemeester Gert de Kok een Koninklijke erepenning. En terecht! De onderscheiding vermeldt dat het gilde 350 jaar geleden het laatste officiële reglement kreeg. Maar er gebeurde veel meer, vooral in de afgelopen dertig jaar. Harrie Bruijns vindt dat er flink aan de weg is getimmerd. “We hebben twee keer een kringgildedag georganiseerd, de doden herdenking is opnieuw ingevoerd, we hebben de kapel gerestaureerd en een nieuw gildehuis gebouwd. Toen koningin Beatrix in 1980 een bezoek bracht aan Breda vormden wíj, als Terheijdense vereniging, de erehaag.”